Over verlies

De lijster en het lied

‘Weg’, zei de lijster. ‘Mijn eigen lied is weg. Meegenomen door de wind of wat dan ook. Weg.’
De lijster zat verslagen op zijn tak.
‘Vanmorgen heb ik het nog gezongen, en nu…’
‘Tsja’, zei de hazelmuis zacht. ‘Zo gaat dat soms.’
Stil luisterden ze naar het lied van de nachtegaal een paar bomen verderop.
‘Maar het kan toch niet?’ , zei de lijster, ‘dat je eigen lied zomaar uit je huis wegwaait?’
Een traan biggelde over zijn snavel.
‘Ach’, zei de hazelmuis, ‘over een tijdje zing je gewoon andere liedjes. Misschien mag je het lied van de nachtegaal zingen, of van iemand anders?’
‘Ja, misschien’, zei de lijster beleefd. Want hoe kon hij nu aan een hazelmuis uitleggen hoe het is geen eigen lied meer te hebben?

Die lente weerklonk de stilte uit zijn boom. ’s Morgens als hij wakker werd, deed hij zijn best om een nieuw lied te verzinnen. Om aan mooie dingen te denken, en nam hij zich voor om mooie dingen in die dag te zien, waarmee hij zijn lied misschien kon vullen. Soms dacht hij dat hij wat zag. Maar telkens wanneer hij dan probeerde om er over te zingen, stak er een brok zo scherp in zijn keel, dat hij geen noot kon fluiten.
Hij probeerde het echt: dronk thee met honing, at potten vol vlierbessenzaad, maar niets hielp.
Op een dag kwam de hazelmuis aanrennen. ‘Je moet komen!’, riep zij. ‘Ik denk dat ik iets gevonden heb waar je heel blij van wordt.’
Nieuwsgierig vloog de lijster de hazelmuis achterna. Onderaan de voet van een hoge den bleef de muis staan.
‘Moet je kijken’, zei ze, ‘dat is toch van jou?’
De lijster streek neer en zag een verregend stukje papier dat in vreemde vouwen tegen de stam geplakt zat. Met zijn snavel sloeg hij het stukje papier om. Zijn hart tolde. Hij herkende het refrein van zijn eigen lied. Hij maakte een sprongetje van schrik. Hoe kon dat nou? Dat hij het hart van zijn eigen lied terugvond op een plek waar hij nog nooit over gezongen had. Blij en ook verward hipte hij op en neer.
‘Ik heb nog gezocht’, zei de hazelmuis. ‘Naar de rest, maar ik heb niks gevonden.’
‘Tsja’, zei de lijster.
Hij rolde het stukje papier behoedzaam op, en vloog met zachte vleugelslag naar huis. In zijn boom rolde hij het uit, liet het drogen en stopte het daarna in het oude dikke boek van zijn vader.
Die avond, voor hij ging slapen, probeerde hij het refrein zacht te zingen. Zijn keel deed af en toe nog wel zeer, maar het lukte. Nouja, een beetje.
’s Morgens, na het ontbijt, probeerde hij het nog eens. En voor het eerst sinds lange tijd zag hij weer hoe mooi de zomerwolken waren en hoe zacht de jonge konijntjes konden zijn. De volgende dag durfde hij zelfs daarover een nieuw couplet te zingen, al was het in zijn hoofd. Want zijn keel bleef nog wel gevoelig.
De hele zomer oefende hij als alle dieren uit het bos naar het strand waren. En soms zag hij in iets moois ineens een nieuw couplet en schreef dat dan op een nieuw papier. Zonder dat hij er erg in had, floot hij zo op een goede dag plotseling uit volle borst een lied van mooie dingen. Een nieuw lied van mooie dingen.

Alle dieren in het bos spitsten opgelucht hun oren. Was het echt de lijster die daar zong?
Toen het lied was afgelopen, glimlachte de lijster. Vanuit zijn boom keek hij naar beneden.
‘Het is anders’, zei hij zacht.
‘Tsja’, zei de hazelmuis.
Nog nooit had zij de lijster zo mooi horen zingen.

7ba281e7c92bc3b8bbd712b534bcf7bd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s