Dingen

[Uit: Ida en de dingen]

‘Ik hoorde dat je de weddenschap hebt verloren?’
De mol veegt met zijn hand door het mos.
‘Van wie hoorde je dat?’
‘Van grote haas natuurlijk.’
Kribbig moffelt Ida haar veldfles in haar tas.
‘Ben je boos?’, vraagt de mol.
‘Nee’, zegt Ida. ‘Maar ik houd niet van verliezen.’
‘Ik ook niet’ , zegt de mol en hij wappert met het stompje waar ooit zijn hand aan zat.
Heel even moet Ida lachen.
‘En school begint weer bijna’, moppert ze dan verder. ‘Ook al niet leuk.’
De mol bekijkt zijn vriendin van opzij.
‘Maarja’ , glimlacht hij, ‘zo gaan die dingen.’

‘Dingen? Dingen? Dingen?! Wat is nou een ding? Alleen stómme dingen gaan zo.’
Ida perst haar lippen op elkaar.
De mol grinnikt.
Hoofdschuddend zoekt hij een comfortabel plekje in het gras naast Ida.
‘Nooit over nagedacht’ , mompelt hij, ‘… dingen.’
Ida laat zich languit achterover vallen in het gras en doet haar ogen dicht.
‘Volgens mij is alles wat een naam heeft, een ding’ , zegt de mol.
‘Er zijn ook dingen die geen naam hebben: onbekende dingen’ , werpt Ida tegen.
‘Dat is waar’ , vindt de mol ‘En er zijn dingen die je aan kunt raken, dingen die gebeuren, dingen die je kunt veranderen, dingen die je niet kunt veranderen. Eigenlijk is alles een ding. Ja. Alles wat bestaat is een ding.’
Verrast en tevreden over zijn eigen bevindingen kijkt de mol naar zijn vriendin.

‘Voor mij bestaan alleen maar leuke dingen en stomme dingen.’
‘Vind je?’ , vraagt de mol.
‘Ja. De zomer is leuk, en school is stom. Verliezen is ook stom. Maar mijn boomhut is leuk. Jij bent leuk en al mijn vrienden zijn leuk. Echt leuk. Een béétje leuk bestaat niet. Want dan is het dus ook een beetje stom. Een ding is leuk of stom. Meer dingen zijn er niet.’
‘Zo kun je er ook naar kijken’ , grinnikt de mol. ‘Door het leuke raam of door het stomme raam. Maar dat verandert niks aan het ding zelf. Iets is zoals het is.’
Ida denkt na.
‘Hoe bedoel je dat precies?’ , vraagt ze na een poosje.
‘Kijk’ , zegt de mol.
‘Zie je die grote eik met die hele brede kroon?’
Ida knikt.
‘Als ik door het leuke raam kijkt, zie ik zijn prachtige kroon. Door het stomme raam zie ik zijn schaduw, precies op de plek waar ik nou net in de zon zou willen zitten. Snap je?’
Ida bijt op haar lip.
‘Maar de boom zelf blijft hetzelfde’ , gaat de mol verder. ‘ Hij verandert niet. Hij is wat hij is.’
Ida knikt.
Samen kijken ze een poosje naar de wolken.
‘Geloof jij in de hemel?’
Ida’s stem klinkt onverwacht helder door het bos.
‘Bedoel je echt, met engelen enzo?’ ,vraagt de mol.
‘Zoiets.’
Het blijft even stil.
Het gras ritselt op de wind.
‘De hemel maak je zelf’ , zegt de mol.
‘Met de dingen die er zijn, en het raam waardoor je kijkt.’
De mol gaapt
De wind gaat liggen.
‘Wat een prachtige dag’ , zucht hij.

stock-photo-oak-tree-old-illustration-by-unknown-artist-from-botanika-szkolna-na-klasy-nizsze-author-jozef-98544518

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s