de optocht

‘De zee is lekker warm, joh.’
Ida slaat de grote handdoek om zich heen. Haar lange haar druppelt in slierten als kleine kraantjes zwarte parels in het zand. Dan nestelt ze zich op de top van een lage zandheuvel aan de voet van het duin.
De kleine haas kijkt haar aan.
‘Je bibbert’, zegt hij .
‘De wind is koud’, zegt Ida.
‘Maar morgen en overmorgen wordt het nog echt warm. Daarna gaat het regenen. En het koelt dan ook een stuk af, hoorde ik.’
‘Dat is meestal zo’, zegt de kleine haas. ‘Als het gaat regenen aan het einde van de zomer wordt het daarna meestal meteen een stuk kouder.’
De haas peutert met zijn nagel in het gaatje van een opgedroogd balletje zeewier.

‘Het einde van de zomer is eigenlijk een soort optocht.’ zegt hij na een poosje.

‘Hoe bedoel je dat?’ vraagt Ida.
De kleine haas peutert verder.
Tik, tik, tik, klinkt er bij elke keer als zijn nagel achter het zeewier haakt.

‘Nou, ik bedoel, aan het einde van de zomer is er altijd zo’n slinger van fijne dingen die je nog even doet omdat het dan nog kan.’
Hij kijkt op naar Ida.
Ida denkt na.
‘Ja’ zegt ze.
‘Morgen ga ik nog een keer zwemmen’.
Ze trekt haar knieën op onder de handdoek die over haar schouders hangt.

‘Ik mis de zomer nu al’ zegt de haas.
‘Ik ook’ zegt Ida.
‘Lekker niet naar school’
‘Liggen in de zon’ zegt haas.
‘IJs’ somt Ida verder op.
‘Lekker lang licht’ volgt haas.
Samen kijken ze naar de zee.

De zon hangt als een gouden bal boven het water.

‘Zag je dat ook?’ knikt Ida. ‘De zon viel echt een stukje naar beneden.’
‘Ja’ zegt haas. ‘Mooi hè?’

De wind blaast weerborstels in zijn vacht.

‘Ik hou echt heel veel van de zomer’ verzucht hij dan.
Ida gaat rechter op zitten.
‘Maar de herfst is ook mooi’ zegt ze.
‘Mooie kleuren. En binnen is het ook gezellig als het regent.’

‘Dat is waar’ vindt haas.
‘Maar de zomer is het fijnst’.

‘Weet je wat nou zo mooi is?’ zegt Ida terwijl ze de kleine haas troostend tussen zijn oren kriebelt.
‘Nou?’ vraagt de kleine haas.
‘Dat de zomer altijd weer terugkomt. Het wordt altijd vanzelf weer zomer.’

De kleine haas knikt.
Samen kijken ze weer verder naar de zon
De helft is al in de zee verdwenen.

‘Ik geloof ook dat dát het is’ zegt de kleine haas na een tijdje.
‘Wat?’ vraagt Ida dromerig.
‘De zomer komt altijd weer terug en ze wordt nooit ouder.
Wij wel. Wij worden elke zomer ouder.
De optocht van de zomer is de optocht van de eindigheid.’

Ida kijkt naar haas.
Met een zacht plofje zakt de zon nog een stukje dieper in de horizon.
Dan staat ze op, pakt haar slippers en knoopt haar handdoek om haar middel.

‘Ga je mee?’ vraagt ze aan haar vriend.
‘Gaan we morgen nog wat leuks doen in de zon.’

il_340x270.628503090_66es

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s