Over de mol…

De mol en dat wat was

‘Joehoe!! Ben je daar?’
Ida zit op haar knieën. Ze buigt voorover naar een zwart bergje zand onder wat dorre bladeren.
‘Hallo?!’, roept ze nog eens.
Het blijft stil.
‘Hoe is het nou met hem?’
Vanuit de boom naast Ida klinkt het zenuwachtige stemmetje van de hazelmuis.
‘Ik weet het niet’, zegt Ida. ‘Daarom ben ik er ook.’
Op dat moment steekt er een klein zwart kopje uit de molshoop.
‘Hey!’, zegt de mol. ‘Wat leuk! Vrienden.’ En een beetje onhandig krabbelt hij verder uit de grond.
‘Jongens! Wat is het lekker weer vandaag’, zegt hij, en met één poot klopt hij wat stof van zijn pels.
De hazelmuis trippelt nieuwsgierig dichterbij.
‘Oohh! Wat erg!’, roept ze. Verschrikt doet ze een stapje naar achter.
‘Tja,’ mompelt de mol. Hij steekt een vlezig stompje bovenarm de lucht in en laat het snel weer zakken.
Hij kijkt naar zijn schouder. ‘Ben ik even blij dat ik niet zo goed kan zien’, glimlacht hij. ‘Is het echt zo erg?’
De hazelmuis springt voor zijn voeten. ‘Je kan nooit meer werken’, zegt ze.
‘Nah.’ Ida duwt de hazelmuis een beetje aan de kant. Ze bestudeert de arm van de mol.
‘Het geneest aardig’, zegt ze. Ze aait de mol over zijn kop.
‘Hoe gaat het nu met je?’
‘Nou’, lacht de mol, ‘ik ben nu echt kampioen in rondjes graven.’
‘Kun je echt geen rechte gangen meer graven?’ Vol afgrijzen kijkt de hazelmuis naar de mol. ‘Hoe kun je dan ooit je wintervoorraad bewaren? Hoe kun je nu je geld verdienen?’
‘Jij zei toch laatst dat je wel een rond zwembad wilde?’ De mol knipoogt naar Ida.
Heb ik dat gezegd? Ik houd helemaal niet van zwemmen.’
De hazelmuis kijkt verbijsterd naar Ida. Ida kijkt vriendelijk terug.
‘Waarom lach je?’, vraagt de hazelmuis.
‘Ik lach niet’, zegt Ida.
‘Jawel. Ik zag het. Het is hartstikke erg. Hoe moet dat nu? Hij heeft nog niet eens een vrouw. Wie wil er nou een man die niet eens je hand kan vasthouden?’

Even staart de mol gelaten voor zich uit.

‘Weet je muis’, herstelt hij zich, ‘ik ben gewoon zo blij dat ik er nog ben. De rest zie ik vanzelf wel. Het komt wel goed.’
De hazelmuis kijkt de mol achterdochtig aan.
‘Ja echt’, zegt de mol.
‘Natuurlijk’, zegt Ida. En ze gaat languit in het gras liggen.
‘En we gaan je helpen zolang als je maar wilt.’
‘Ja’, piept de hazelmuis. ‘Ik ga je ook helpen.’

Een poosje horen ze niets anders dan ruisende wind door het wiegende gras.
Dan staat de mol op.
‘Ik ga weer’, zegt hij. En hij loopt naar de hazelmuis. Met zijn enige hand pakt hij één van haar handen vast. ‘Kijk eens wat ik heb’, zegt hij,
‘Eén hand voor mijn vrienden, en een hart voor de vrouw van ik wie ik ooit zal houden.’

Schermafbeelding 2015-01-05 om 15.51.23

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s