Twee egels

twee egels

‘Dus je vindt haar leuk?’
Ida zit in een kringetje met haar vrienden de haas, de mol, de hazelmuis en de egel.
‘Ja’, zegt de egel
‘Hoe leuk?’, vraagt de haas.
‘Hartstikke leuk’ , zegt de egel.
‘En mooi.’
De vrienden kijken afwachtend naar egel.
‘Wat ga je doen?’ , vraagt Ida na een tijdje
‘Lijkt me duidelijk’, zegt de mol ‘hij moet haar een kadootje brengen’.
‘Maar ze is niet jarig,’ zegt de egel. ‘dan valt het zo op. Dan denkt ze meteen dat ik iets wil natuurlijk.’
‘Dat wil je toch ook?’ vraagt de mol.
‘Ja maar ik begrijp hem wel’ , zegt Ida ‘hij wil zich niet opdringen’.
‘Ga anders gewoon eens even langs,’ zegt mol ‘en dan vraag je hoe het met haar gaat.. En dan ga je over en paar dagen nog een keer langs. En dan vraag je of ze het misschien gezellig vindt een keer met je te eten. Dat zou ík doen, tenminste.’
‘De egel kijkt Ida aan. ‘Is dat niet gek?’
Ida lacht.
‘Welnee. Het is toch leuk als iemand even bij je langs komt om te vragen hoe het met je gaat?’
‘Maar wat moet ik dan nog meer zeggen?’ vraagt de egel.
‘Niks bijzonders ‘ , zegt de mol.
‘En je moet veel vragen stellen. Vragen stellen is altijd goed.’
‘Maar wat voor vragen dan?’ de mol kijkt bijna wanhopig naar Ida.
‘Gewoon. Over wat ze vandaag gedaan heeft enzo.’
‘En complimentjes geven’ zegt haas terwijl hij opveert. ‘Over dat ze er mooi uitziet.’
‘Ja’ , zegt de hazelmuis, ‘daar houden vrouwen van. En je moet ook met een hele lage stem praten. Daar houden vrouwen ook van. Een zware stem betekent dat je stoer bent’. En ze likt met een paar knikjes langs de vacht van haar schouder.
De egel zucht diep.
‘Dan kijkt hij de kring vragend rond. ‘Nog meer tips?’
Een voor een schudt iedereen zijn hoofd.
‘Volgens mij moet je het gewoon gaan doen’ , moedigt Ida de egel aan.
Met een van zijn voorpoten veegt hij een paar keer door de dorre bladeren op de grond. Hij zucht nog een keer heel diep, en richt zijn schouders op.
‘Dan ga ik maar meteen ’ , zegt hij ‘dan heb ik het gehad’.
‘Wat dapper van je’ , zegt Ida.
Vol bewondering kijken de anderen naar hun vriend.
‘Succes’, zegt Ida. En ze geeft de egel een bemoedigend schouderklopje. ‘We wachten hier op je!’
Daar gaat hij. Nog een keer kijkt hij achterom naar zijn vrienden. Mol steekt een dikke duim op. ‘Good luck!’ roept hij nog.
Onderweg naar het egelnest onder de grote vlierbes, zakt de moed van egel hem zo nu en dan in zijn poten. Hij denkt aan de tips die zijn vrienden hem gegeven hebben. ‘Vragen hoe het gaat, en een compliment geven.’ , zegt hij wel 100 keer voor zich uit. Om de hoek bij het nest stopt hij even. ‘Hoi, gaat het goed?’ oefent hij nog een keer hardop. En met een veel lagere stem. ‘Wat zie je er mooi uit.’
Met bonzend hart slaat hij de hoek om. Dan ziet hij de vlierbessenstruik en het nest eronder.
‘Zou ze er zijn?’
Aarzelend loopt hij naar het nest. Hij ziet niemand. Net als een intense teleurstelling hem lijkt te overmeesteren ziet hij diep onder de struik iets dat hij meent te herkennen. Voorzichtig schuifelt hij onder de struik.
.Ja hoor. Ze is het. Hij loopt door tot hij vlak voor haar staat.
Haar ogen zijn tot strakke spleetjes dichtgeknepen. ‘Zou ze slapen?’ , denkt de egel.
Na even wachten, doet hij nog een stapje dichterbij. En ineens hoort hij zijn eigen stem.
‘Hoi. Gaat het goed met je?’ zijn stem klinkt zachter dan hij zou willen.
Er gebeurt niks.
Zijn hart bonst in zijn keel. Egel doet nog een stapje dichterbij schraapt zijn keel, en zegt met de laagste stem die hij kan maken:
‘Wat zie je er mooi uit.’
Dan schieten twee vurige ogen open: ‘Ga weg!’ schettert een boze stem. ‘Ik zit te poepen!’
Stomverbaasd blijft de egel staan.
‘Ga weg zeg ik je!’ hoort hij , maar nu krijsend.
Dan draait hij zich om en begint te hollen.
‘Smeerkees!’ hoort hij haar nog roepen als hij alweer om de hoek van de vlierbes is. ‘Smeerkees!’

Totaal verbluft blijft de egel rennen. De hele weg. Pas als hij weer vlak bij zijn vrienden is, komt hij tot stilstand. Het duurt wel 10 minuten voor hij een beetje is uitgehijgd. Dan wandelt hij zo rustig als hij kan naar zijn vrienden.

‘En?’ roept mol als hij de egel aan ziet komen. ‘Hoe ging het?’
‘Ze was niet thuis’ , zegt de egel met de zwaarste stem die hij ooit had doen klinken.

Zijn vrienden vinden het jammer.

eegelie